Vrouwen in de zorg

terug naar Over mantelzorg

Mantelzorger en werken in de zorg 

Mantelzorgers hebben vaker dan niet-mantelzorgers problemen aan het bewegings-apparaat. Ook ervaren zij meer stress die veroorzaakt wordt door de combinatie werk-mantelzorg. Zij zijn vaker emotioneel uitgeput dan niet-mantelzorgende collega’s en ervaren meer werkdruk en meer werk-privé conflict in de balans.

  • Hebben vaker klachten aan nek en schouders, heupen en knieën, enkels en voeten.
  • Ervaren meer stress, emotionele uitputting, hoofdpijn, migraine, slapeloosheid, rusteloosheid en oververmoeidheid.
  • Ervaren een hogere mate van fysieke (over)belasting op het werk en vormen een risicogroep voor psychosociale arbeidsbelasting (IZZ, 2014).

Mantelzorgers melden zich vaker ziek vanwege mantelzorgtaken of vanwege gezondheidsklachten veroorzaakt door mantelzorgtaken (Werk&Mantelzorg, 2019).

 “Toen onze dochter kanker bleek te hebben, kwamen we in een horror-achtige achtbaan terecht. Ik wou dat iemand toen ook eens had gevraagd: hoe gaat het met jou? Waarom heeft niemand toen gewezen op hulp en ondersteuning voor ons? Ook wij gingen langzaam kapot aan die kanker.”

“Het was een heftige periode waar werk me ook afleiding gaf van de stress die ik thuis had. Hier kon ik even mijn verhaal kwijt en mijn gedachten even op iets anders zetten.”

Wie is de vrouwelijke mantelzorger in de zorg? 

Traditionele rol- en zorgpatronen, zorgidentiteit

Dat vrouwen meer combinatiedruk ervaren dan mannen, heeft te maken met traditionele rol- en zorgpatronen en de zorgidentiteit van vrouwen. Vrouwen gaan vaker minder te werken als er kinderen komen dan mannen. Mede als gevolg van deze eerder gemaakte ‘keuze’ worden zij door zichzelf, door de zorgvrager en door de omgeving als aangewezen persoon gezien om mantelzorg te geven. 

Het verlenen van zorg vinden zij vaak ‘normaal’ en ‘vanzelfsprekend’. Zij zijn bekend met de termen mantelzorg en mantelzorger, maar betrekken dit niet op zichzelf. Voor sommigen heeft de term mantelzorg zelfs een negatieve connotatie. Alsof de benaming mantelzorg afdoet aan de motivatie, de kwaliteit en het karakter van de gegeven zorg, maar ook van de zorggever zelf. 

Wie is die vrouwelijke mantelzorger werkzaam in de zorg?
(selecteer afbeelding voor volledige weergave)

“Ik heb er niets mee, met het woord mantelzorg. De zorg die ik geef, is normaal en vanzelfsprekend. Ik doe het met liefde. Tuurlijk is het soms zwaar. Maar noem je het mantelzorg dan voelt dat voor mij heel onpersoonlijk en niet liefdevol. Alsof ik het er niet voor over heb of te beroerd ben om iets terug te doen.” 

“Ik heb jarenlang gezorgd voor mijn chronisch zieke man, dan word je niet als mantelzorger gezien. Je voelt je ook geen mantelzorger, het is je man en het is gewoon zoals het is. Een situatie die je zo goed mogelijk probeert te handelen.”

Vraagverlegenheid

Vrouwen zijn ook pro-actiever in het aanbieden van zorg en vinden zichzelf zorgzamer dan mannen. Zij voelen zich vaak verantwoordelijk en nemen verantwoordelijkheid op zich. Zij hebben moeite met loslaten van de zorg, hulp vragen en hulp aanvaarden. Onderliggende redenen hiervoor zijn dat zij zichzelf het meest geschikt achten, andere hulp als minder kwalitatief zien, bang zijn overzicht en grip te verliezen en hulp vragen of aanvaarden als zwaktebod zien. Zij ontlenen ook status, waardering, liefde en respect aan de mantelzorg. (Onbewust) bestaat de angst dat zorg delen of (gedeeltelijk) uit handen geven negatieve consequenties heeft. Voor de zorgvrager, maar ook voor zichzelf. Dat kan resulteren in het buitensluiten van andere zorgverleners, zowel in het eigen netwerk als uit de formele zorg.

Zorgdriehoek

Vragen om hulp wordt gezien als zwaktebod. Het hoort er immers bij en wordt met liefde gedaan? Dan kan en mag dat geen opgave zijn en als last worden ervaren. Ook hebben ze  moeite met loslaten van de zorg: zorg van een ander kan niet zo kwalitatief en liefdevol zijn. En  er is, – al dan niet onbewust-, angst voor verlies van grip en overzicht, voor verlies van waardering, status, respect en liefde.  

Kennis van en begrip voor bovenstaande patronen en zorgidentiteit kan helpen bij het  leggen van de focus op de balans tussen leven, werken en mantelzorgtaken. Waarbij de mantelzorger mantelzorg los(ser) leert zien van de eigen identiteit. 

Vrouwen die mantelzorgen en werken in de zorg dubbel belast

Bovenstaande geldt in nog sterkere mate voor vrouwen in de zorg. Vanwege hun zorgverlenend beroep, zien zowel zijzelf als de naaste omgeving – zorgvrager incluis – hen als meest gekwalificeerde, meest geschikte mantelzorger. Zij hebben immers het ‘zorg-gen’ en ‘bewust’ gekozen om beroepsmatig te zorgen. Dan ligt het voor de hand dat die bereidheid tot zorgen zeker ook voor de naasten zal gelden. Nog groter is de verantwoordelijkheid die deze dubbelzorger voelt en op zich neemt. Nog hoger de drempel om hulp te accepteren of te vragen.Wie kan het immers beter dan zijzelf? De sterke zorgidentiteit van deze vrouwen vereist een genderspecifieke aanpak.

Rollen van vrouwelijke dubbelzorgers

  • In relatie tot de zorgvrager: vrouw, moeder, dochter, kind, vriendin of buurvrouw
  • In relatie tot haar beroep: zij is een professional, werknemer én collega in de zorgsector
  • In relatie tot professionele zorgverleners: partner in de zorg en kennisexpert door het (jarenlang) zorgen voor de naaste en haar professionele achtergrond
  • In relatie tot ondersteuningaanbod: zij behoort tot een risicogroep voor overbelasting, ziekte en uitval, is voor zichzelf zorg- en ondersteuningsmijdend

Mantelzorg overkomt je, je kiest er niet voor. Het is geen vrijwilligerswerk. Je kan er dus ook niet voor kiezen om ermee te stoppen. Dat geeft vaak emotioneel al veel druk.” 

“Ik vind het lastig om het bespreekbaar te maken. Niet zozeer de praktisch kant, over hoe je het samen kan oplossen, maar de stap ervoor. Zeg maar de emotionele kant. Dat je moet vertellen over je verdriet en zorgen. Dat is toch heel privé. En je denkt snel van dat lukt me allemaal zelf wel, dat combineren. Toch ben ik blij dat ik het heb verteld. Alleen al het vertellen luchtte enorm op. En de aandacht en begrip van zowel mijn collega’s als leidinggevende, zo fijn. En de verlichting voor mij zit hem in kleine dingen, niet in grote. Maar juist die kleine dingen, – even naar huis kunnen, een telefoontje, 10 minuten later kunnen komen of een dienst ruilen – maken een wereld van verschil voor mij.

Robine, persoonlijk begeleider zorgorganisatie
Wil je meer weten? Stuur ons dan een e-mail! Contact